“Faciliteren in plaats van manipuleren”: Hoe Voedselbos Natuurlijk Berghof een thuis maakt voor bestuivers
18 december 2025
“Faciliteren in plaats van manipuleren”: Hoe Voedselbos Natuurlijk Berghof een thuis maakt voor bestuivers

Op voormalig raaiglasland aan de rand van het Zuid-Limburgse landschap groeit iets opmerkelijks uit de grond. Waar ooit maïs stond en de bodem vrijwel dood was, zoemt het nu van het leven. Distels, zuring, fruitstruiken, jonge bomen en een groeiende diversiteit aan insecten hebben zich hier gevestigd. Dit is Natuurlijk Berghof, het voedselbos dat ontstond toen vijf enthousiastelingen de handen in elkaar sloegen. Nu is het een plek waar de rol van bestuivers centraal staat in het ontwerp, de visie én de toekomst.
NMF Limburg ging in gesprek met Erik Rietjens van Natuurlijk Berghof over hoe je van een monocultuur een veerkrachtig ecosysteem maakt, wat bestuivers daarin betekenen, en waarom “niets doen” misschien wel de belangrijkste les is.
Natuurlijk Berghof door de jaren heen:
Van raaigras naar levend landschap

Toen Erik in 2023 begon met de aanleg van het voedselbos, trof hij een bodem aan die jarenlang intensief was gebruikt. Eerst maïs, later raaigras. “Toen we stopten met maaien, zakte het gras in elkaar als een soort plofkip. Het kon zichzelf niet in leven houden,” vertelt hij. “De toplaag bleek eigenlijk nagenoeg dood. Het raaigras kwam daarna ook niet meer terug.”
In het tweede jaar schoten pioniersplanten als zuring en distel omhoog. “Veel mensen noemen het onkruid, maar voor mij waren het indicatoren: de bodem kreeg lucht, werd doorworteld, kreeg bescherming. En ze zijn ongelooflijk waardevol om nutriënten te binden en voor insecten.”
Holle stengels boden overwinteringsplekken, wortels braken verdichte grond open, en de bloei zorgde voor nectar en stuifmeel. De ree trok in het gebied en er doken hazen, talloze vogels en zelfs wild zwijn op. “Als je de natuur faciliteert,” zegt Erik, “komt ze vanzelf.”
Bestuivers vanaf dag één in het ontwerp
Waar in traditionele landbouw bestuivers vaak iets zijn waar men náást het systeem over nadenkt, vormt het voedselbos ze als het ware mee. Erik ontwierp het systeem rondom permanente structuren:
- een lange bloeiboog van vroeg- tot laatbloeiers
- combinaties van cultivars mét hun wilde varianten (bijvoorbeeld appel en wilde appel)
- klimmers zoals klimop die tot laat in het jaar bloeien
- ongemaaide zones die dienen als nest- en schuilplaatsen
“Bestuiving is essentieel. Zonder bestuivers geen productie. Dus je moet zorgen dat ze eten hebben, maar ook een huis. Dat laatste is ook belangrijk te faciliteren.”
Waar veel boeren imkers inschakelen, kiest Erik bewust anders. “Ik bouw liever aan een robuuste diversiteit van wilde bestuivers en andere vliegende insecten. Dat maakt het systeem minder afhankelijk.”
De omgeving: verwondering, vragen en culturele schok

Het voedselbos ligt tussen traditionele akkers en staat niet geïsoleerd. Sommige buren zijn nieuwsgierig, anderen bezorgd.
Wat vooral verwarring oproept? Dat een groot deel van het terrein “rommelig” oogt. Distels, zuring, brandnetel, spontane kruiden. “Veel mensen kunnen het niet plaatsen: is dit landbouw of is dit natuur? We zijn het niet gewend, het past niet in een hokje.”
Toch ontstaan er gesprekken. Wanneer buren bijvoorbeeld bang zijn dat distelzaad “overwaait”, loopt Erik met ze het land op. “Ik laat zien dat bladluis liever op distel zit dan op fruitstruiken. Dat die planten predatoren aantrekken. Dat het systeem zichzelf in balans brengt. Daarbij zijn distels pioniersplanten die er maar tijdelijk zijn.”
Langzaam ontstaat begrip. “Soms is het meer people management dan land management,” lacht hij. “Maar als je je open opstelt, komt er verbinding.”
Goed voor bestuivers = goed voor het hele systeem

Dat het werkt, blijkt niet alleen uit Eriks observaties. Het voedselbos is onderdeel van een meerjarig monitoringstraject van de Universiteit Aken. In vaste vakken worden vegetatie, bodemleven en insectenpopulaties gemonitord.
“De studenten komen twintig weken lang, elke week. Ze meten kruipende insecten, bodemfauna, vegetatie. Ik heb zelf nog niet alle data gezien, maar het stroomt binnen. En je ziet: er leeft hier iets.”
Voor Erik zijn bestuivers geen los thema maar onderdeel van een veel groter geheel. Een gezonde bodem, gezonde planten, gezonde insecten en uiteindelijk gezond voedsel zijn aan elkaar gekoppeld.
“Alles wat goed is voor bestuivers, is goed voor mensen. Als we minder bestrijden en meer gaan faciliteren, komt het systeem in een natuurlijk evenwicht.”
Wat kunnen omwonenden en boeren doen voor bestuivers?
Erik hoeft niet lang na te denken als we vragen welke tip hij zou geven aan boeren of buren die iets willen betekenen voor bestuivers.
“Eigenlijk is het simpel: laat de grond met rust. Niets doen is vaak beter dan iets doen.”
Hij vervolgt:
- Stop met spuiten van gif: “Een bloemenrand naast een perceel waar gespoten wordt, is insecten lokken naar de dood.”
- Laat ruigte bestaan: Distel, brandnetel, zuring – ze zijn van enorme ecologische waarde.
- Werk gefaseerd: Maaien in stukjes en beetjes voorkomt dat je generaties insecten ineens vernietigt.
- Plant wat bomen of struiken: Een mini-bosje of agroforestry-strook helpt al enorm.
- Zie schoonheid in diversiteit, niet in controle: “De grootste barrière is cultureel. Mensen moeten leren dat ‘rommelig’ ook rijk kan betekenen.”
Een wens voor de toekomst
Als Erik één wens mocht doen voor bestuivers in Nederland?
“Dat we stoppen met vergiftigen, dat we leefomgeving creëren, en dat we leren waarderen wat ‘spontane natuur’ doet. Geef bestuivers eten en een huis en stop met telkens hun thuis te vernachelen.”
En misschien is dat precies de les die Natuurlijk Berghof ons leert: dat de natuur geen ingewikkelde aanwijzingen nodig heeft. Alleen ruimte.