Excursie langs bijenhotspots in Maastricht

10 juni 2024

Excursie langs bijenhotspots in Maastricht

Op zaterdag 8 juni was er een excursie langs 6 zogenaamde bijenhotspots in Maastricht onder leiding van Peter Alblas, medewerker bij het  Centrum voor Natuur en Milieu Educatie (CNME) in Maastricht en Ivo Raemakers, bijenonderzoeker bij ecologisch adviesbureau Ecologica.

 

Het Bijenproject van CNME

Maastricht is de bijenrijkste gemeente van Nederland met 240 van de 360 inheemse bijensoorten. De unieke zuidelijke ligging, variërend van kalkrijke mergelgronden tot goed beheerde natuurgebieden zoals de Sint Pietersberg en het Frontenpark, draagt hieraan bij. Echter, net als elders, neemt de versnippering van de natuur toe en raakt deze verder verwijderd van mensen. Het CNME heeft daarom samen met diverse partners een project opgezet om ‘biotoopjes’ te creëren voor bijen, bloemen en mensen. Dit werd mede mogelijk gemaakt door financiële bijdragen van het Elisabeth Strouvenfonds en de gemeente Maastricht. De aanleg van deze biotopen stuitte op diverse uitdagingen, zoals regelgeving en technische moeilijkheden, maar met hulp van diverse experts werd het project succesvol uitgevoerd. In 2022 zijn tien bijenhotspots aangelegd, die tussen de 10 en 70 m² groot zijn. Deze hotspots bieden bloemen voor voedsel en nestelplekken voor bijen. De resultaten hiervan waren boven verwachting: 148 soorten bijen werden aangetroffen, waaronder 39 van de Rode Lijst. Tijdens de excursie leidden Peter en Ivo de deelnemers langs 6 van deze bijenhotspots (Greune Luiper, Mergelrug, Sibematunnel, Demertstraat, UM Randwijck en Termileslaan).

De Groene Loper: van tijdelijke naar permanente hotspots

Twee eerdere initiatieven dienden als inspiratie: Grondwal De Heeg en de Groene Loper. Grondwal De Heeg werd begin deze eeuw omgevormd tot een biodivers gebied wat veel zeldzame insecten aantrok, met slangenkruid en de slangenkruidbij als icoonsoorten. De Groene Loper, een tijdelijk natuurgebied op bouwgrond, trok binnen twee jaar 65 soorten wilde bijen aan. Hoewel deze gebieden inmiddels grotendeels zijn volgebouwd, hebben de bijen zich verspreid naar nieuwe locaties in de stad. Een nieuw, permanent bijenproject werd gerealiseerd op de Groene Loper, waar een honderd meter lange mergelrug werd ingezaaid met inheemse, kalkminnende planten. Deze plek heeft zich ontwikkeld tot een duurzame bijenhotspot met een hoge biodiversiteit.

Succes en aandachtspunten

De tien nieuwe bijenhotspots zijn een uitbreiding van het Groene Loper-project en gebruiken lokale grondsoorten zoals mergel en stol (stol is een mengsel van grind, zand en een beetje door de rivier afgezet leem). De eerste resultaten zijn veelbelovend, met meer dan 110 soorten wilde bijen, waaronder 34 van de Rode Lijst. Echter, klimaatverandering en langdurige droogte vormen uitdagingen voor de bloei en voortplanting van bijen. Het beheer van deze hotspots wordt uitgevoerd door buurtbewoners, ondersteund door CNME. Het succes van dit project is te danken aan de samenwerking van vele partijen, van gemeentelijke afdelingen en buurtbewoners tot scholen en bedrijven. Deze aanpak laat zien dat stedelijke dynamiek effectief kan worden benut voor het vergroten van biodiversiteit. CNME hoopt dat dit project andere steden inspireert om soortgelijke initiatieven te ontplooien, en zo de biodiversiteit en bijenrijkdom te verhogen.

Meer informatie

Op de website van CNME is meer informatie te lezen over de soorten die er voorkomen in het rapport over de monitoring van de bijenhotspots.