Coalitieakkoord Limburg 2023 – 2027 staat bol van ambitie, maar de concrete uitwerking ontbreekt nog

28 juni 2023

Coalitieakkoord Limburg 2023 – 2027 staat bol van ambitie, maar de concrete uitwerking ontbreekt nog

Het nieuwe provinciebestuur heeft veel ambities voor de komende jaren. Volgens het nieuwe bestuursakkoord ‘Elke Limburger telt!’ is in 2027 de biodiversiteit behouden en waar mogelijk hersteld, is er een duurzamer, robuuster en ecologisch gezonder watersysteem, is de Limburgse bodem verbeterd, de uitstoot van broeikasgassen en ammoniak door de landbouw verminderd, is de jeugd gezonder en de armoede teruggedrongen, is Limburg leefbaarder en veiliger geworden, de economie meer toekomstbestendig en de arbeidsparticipatie vergroot, is er meer duurzame opwek en opslag van energie, is er meer gezondheidswinst en minder milieuvervuiling en is er meer aandacht voor cultuur in onze provincie. Prachtige ambities. Maar hoe die moeten worden bereikt, daarover is het coalitieakkoord veel minder duidelijk. Zo heeft de provincie de komende jaren veel minder financiële middelen vrij te besteden dan de afgelopen periodes om deze ambities waar te maken. En voor natuur lijkt geen extra geld te worden vrijgemaakt. Lees hieronder onze reactie op het coalitieakkoord voor de thema’s waar we ons samen met onze achterban voor inzetten.

1. Natuur en landschap

Duurzaam herstel en instandhouding van natuur is een belangrijke wettelijke taak die bij de provincies is belegd. Het coalitieakkoord stelt dat in 2027 de bescherming van en de staat van instandhouding ten gunste van biotopen en leefgebieden van dieren en planten moet zijn verbeterd, evenals de bodem. Een forse opgave. De wijze waarop dat moet gebeuren is minder helder én voor de financiering rekent het college volledig op het rijk.

Het opwaarderen en beter beheren van bestaande natuurgebieden vindt het nieuwe college daarbij  het meest effectieve middel om tot een gunstige staat van instandhouding te komen. Dit terwijl allang duidelijk is dat de ongunstige staat waarin veel Limburgse natuurgebieden verkeren het gevolg is van externe factoren zoals milieudruk en droogte.

Dit beheer moet langjarig worden gefinancierd maar hoe dat gefinancierd wordt is niet duidelijk aan de hand van het financiële overzicht. Wel wil het college het toezicht op het uitvoeren van deze beheermaatregelen intensiveren. Opmerkelijk is daarbij ook dat het college vindt dat vanuit de Wet natuurbescherming het beschermen van soorten altijd het uitgangspunt moet zijn en tegelijkertijd stelt dat wettelijke bevoegdheden ingezet moeten worden die het beheren, bestrijden of bejagen van diersoorten mogelijk maken om zo schade te voorkomen.

Het college stelt ook dat het verwerven van gronden voor de natuur en het inrichten van agrarische gronden voor nieuwe natuur kostbaar is en niet door iedereen gewenst is. Om vervolgens te erkennen dat het noodzakelijk kan zijn om deze gebieden te verwerven voor de gunstige staat van instandhouding van Natura-2000 gebieden en het natuurnetwerk.

Nieuwe gronden verwerven voor de natuur kan ook door hectares nieuwe natuur slim in te passen langs bijvoorbeeld beekdalen waardoor er een stapeling van doelen plaats vindt.

Positief is dat onderzocht wordt hoe samen met gemeenten de kringlopen kunnen worden gesloten om zo het organisch stofgehalte in de Limburgse bodem te vergroten. En dat is hard nodig om de ‘sponswerking’ van de bodem te verbeteren. Positief is ook dat voor het landschapsbeheer 1 miljoen per jaar gereserveerd wordt voor de periode 2024 tot en met 2027.

2. Ruimtelijke ordening

Duurzame verdeling van de schaarse ruimte is eveneens een belangrijke wettelijke kerntaak van de provincie Limburg. Maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, herstel van de biodiversiteit, de landbouwtransitie, de beschikbaarheid van voldoende en kwalitatief goed water en de verduurzaming van de energievoorziening vragen allemaal veel ruimte. Scherpe keuzes zijn nodig: wat kan wel, wat kan niet meer of moet anders? Het ontbreken van die keuzes in de provinciale Omgevingsvisie was twee jaar geleden al ons belangrijkste kritiekpunt.

Bij alle toekomstige fysieke opgaven moeten omgevingskwaliteit en leefbaarheid voortaan expliciet worden meegenomen. Prima! De provincie wil voor Limburg een integraal ruimtelijk plan maken, dat duidelijk maakt wat er ruimtelijk realiseerbaar is.  Water en bodem zijn daarbij leidend. Er wordt ingezet op meervoudig ruimtegebruik waar mogelijk. Het landschap wordt daarbij ontzien. Hoe, dat wordt niet duidelijk. De provinciale inzet in de NOVEX-gebieden De Peel en Zuid-Limburg wordt voortgezet. Bij woningbouw staat inbreiding voorop. Eerst bouwen op lege en beschikbare plekken binnen bestaand stedelijk gebied. Maar als de leefbaarheid van kernen onder druk staat, is nieuwbouw aan de randen toegestaan. Daar waar aantoonbaar een aanvullende opgave ligt, wordt woningbouw buiten de kernen onder voorwaarden toegestaan. Welke voorwaarden dat zijn, wordt niet vermeld.

Wij hopen dat dit college wél keuzes maakt in het kader van dat integrale ruimtelijke plan. Keuzes die gebaseerd zijn op de basis: een natuurrijk, milieuvriendelijk en circulair Limburg. Een basis die zorgt voor een duurzaam, leefbaar Limburg voor mens, plant en dier.

3. Water

Net als voor natuur en andere thema’s blijft het college op de vlakte als het gaat om water; doelen worden enkel abstract geformuleerd. De algemene focus ligt vooral op het creëren van veerkrachtige systemen om zo in te zetten op waterveiligheid, voorkomen van droogte en te voorzien in voldoende drinkwater. Positieve elementen zijn dat er duidelijk genoemd wordt dat water en bodem ‘de’ sturende principes zijn bij ruimtelijk ordening, echter zal hier ook nog veel uitwerking nodig zijn om dit ook effectief te implementeren.

Het coalitieakkoord stelt dat er in 2027 een duurzamer, robuuster en ecologisch gezonder watersysteem is dat beter kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van verbeterde kwaliteit. De KRW doelen die in 2027 behaald moeten zijn, worden weliswaar erkend en gesteund (wettelijk verplicht van uit Europa), maar het is niet duidelijk wat wordt ondernomen om deze te behalen.

Zo wordt er geen aandacht gegeven aan noodzakelijke maatregelen zoals het aanpakken van grondwateronttrekkingen, illegale onttrekkingen opsporen of het intrekken van vergunningen nabij natuurgebieden. Tegelijkertijd wordt wel erkend dat het niet behalen van de KRW-doelen in 2027 kan leiden tot gelijkaardige problemen zoals bij stikstof. Juridische procedures kunnen leiden tot boetes en ook tot verdere stillegging van economische ontwikkeling.

Voor het thema water is van de beschikbare begrotingsruimte van 137 miljoen euro slechts 4 miljoen gereserveerd voor het beleid omtrent bodem en water. Hiermee lijkt de indruk te ontstaan dat het behalen van de KRW doelen geen topprioriteit heeft. Dit kan tot grote problemen leiden in de vorm van juridische procedures en boetes die voelbaar zullen zijn voor alle burgers.

4. Energie

Op het gebied van energie stelt het college onder andere dat de RES-ZL extra ondersteund wordt, dat er focus zal komen te liggen op een haalbaarheidsonderzoek voor kernenergie met Small Modular Reactors en het oprichten van een provinciale energiemaatschappij.

Het nieuwe college gaat door met de verkenning naar kernenergie. Een alliantie is in oprichting. Er worden veel partijen bij betrokken. Wij weten dat er ook veel zorgen leven omtrent dit onderwerp. Wij gaan ervan uit dat partijen die wellicht een ander geluid willen laten horen of zorgen hebben over de optie kernenergie door dit nieuwe college ook aan de Alliantie-tafel worden uitgenodigd.

“Daarnaast willen we dat alle Limburgers op een verantwoorde manier met energie omgaan. Waar mogelijk te besparen en te verduurzamen. Want dat heeft direct ook een positief effect op de betaalbaarheid van de energierekening.”

Wij pleiten al jaren in het kader van de energietransitie voor ‘het besparen’. Er wordt in het coalitieakkoord twee keer gerefereerd naar besparing. Een concreet actieplan ontbreekt echter. Behalve dat er genoemd wordt dat besparing gestimuleerd zal gaan worden door “eerder bewezen interventies en mogelijk aanvullende bij bedrijven. In het bedrijfsleven zitten de grootverbruikers. Wij pleiten ervoor om juist daar aan de slag te gaan. En er bestaan al voldoende monitoringssystemen en handhavingsprocessen die ook op het gebied van besparing ingezet zouden kunnen worden in het bedrijfsleven. Kijk bijvoorbeeld eens naar de uitvoer van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH): “Bij diverse strategische thema’s, zoals veiligheid, klimaatadaptatie en energiebesparing kan VTH een significante rol spelen”.

Gaat het nieuwe college hier meer aandacht aan besteden?

5. Circulaire samenleving

Een circulaire samenleving speelt een grote rol binnen vrijwel alle thema’s en is één van de belangrijkste overkoepelende thema’s de komende decennia. Wij hadden dan ook verwacht dat dit als overkoepelend thema vermeld zou zijn. Of anders in het hoofdstuk Enonomie, nog beter circulaire economie.

In het coalitieakkoord lezen we echter weinig terug over circulariteit, behalve dat het af en toe wordt genoemd binnen een thema, zonder een concrete actie die hieraan vasthangt.

Wél wordt er aan de economie veel aandacht besteed, zonder dat circulariteit of milieu voorwaardelijk wordt gesteld. “Bestaande bedrijven groeien, nieuwe bedrijven en jonge startups ontstaan, breiden uit en ontwikkelen zich”. Ook wordt er genoemd dat “in 2027 zal zijn bijgedragen aan een duurzaam, circulair, gezond en digitaal Limburg vanuit maatschappelijk verantwoorde innovaties en ondernemerschap”.

Het valt op dat er nog steeds gesproken wordt over economische groei en uitbreiding, terwijl we inmiddels weten dat de toekomstige economie moet passen binnen de grenzen van onze planeet, waardoor het cruciaal is om milieuvriendelijk en circulair te gaan produceren. Wij zouden verwachten dat juist de overheid voorwaarden stelt waarbinnen geproduceerd mag worden.

Wat ons betreft zou de 35 miljoen euro die het college extra voor dit thema reserveert, ingezet moeten worden om bedrijven te ondersteunen de transitie te maken naar een circulaire en duurzame bedrijfsvoering.

6. Landbouw en voedsel

Ten aanzien van het thema landbouw stelt het akkoord dat zowel natuur als landbouw gebaat zijn bij het beter vasthouden van water in natte periodes, zodat droge tijden beter doorstaan kunnen worden. Het nieuwe provinciebestuur stelt ten doel om de gevolgen van droogte in Limburg terug te dringen door veerkrachtige systemen te ontwikkelen die bij voorkeur voor zowel natuur als landbouw een voordeel opleveren. De natuur-, water- en klimaatdoelen worden onderschreven, maar of de provincie daarmee ook voldoende onderkent dat de landbouw voor een grote transitie staat is te betwijfelen.

De (retorische) vraag is namelijk wie het onderspit delft waar win-win niet mogelijk is. Of de vraag of voldoende beseft wordt dat dit betekent dat de landbouw ook echt niet door kan gaan op dezelfde voet en op bepaalde plekken toe zal moeten naar andere – natte of meer droogtebestendige – teelten of andere – robuustere – rassen grazers.

Volgens het akkoord is in 2027 de uitstoot van broeikasgassen en ammoniak door de landbouw in Limburg verminderd, maar met hoeveel en wanneer wordt niet gemeld. Er wordt ingezet op een Blijversfonds van ruim 10 miljoen euro waarmee toekomstgerichte ondernemers met innoveren en verduurzamen gestimuleerd worden. Positief is dat ook geheel nieuwe vormen van landbouw hiermee kunnen worden ondersteund. Dit extra bedrag (bovenop de Europese GLB gelden en Rijksmiddelen vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied die naar Limburg toestromen), staat in schril contrast met de nul euro extra die naar natuur gaat in de komende bestuursperiode.

Zorgelijk is het uitgangspunt om duurzame initiatieven voor monovergisting en de productie van groen gas te stimuleren. Mestverwerking en co-vergisting zijn ontstaan vanuit de noodzaak om overschotten aan mest buiten de Nederlandse landbouw af te zetten. Zo houdt monovergisting aan twee kanten het huidige landbouwsysteem in stand, enerzijds doordat de mestvraag instandhouding van de stapel legitimeert en anderzijds doordat de benodigde investeringen nog verdere schaalvergroting (wat in de praktijk betekent méér dieren) vraagt. Er wordt te weinig rekening gehouden met de leefbaarheid én gezondheid van omwonenden (met name in termen van geuroverlast). Een lichtpuntje is dat de provincie zelf al als aandachtspunt hierbij meegeeft dat kringlopen zo lokaal mogelijk gesloten moeten worden. Zonder visie van wat dit dan concreet betekent, heeft dit echter geen inhoud.

Ook wil de nieuwe coalitie actief in overleg met gemeenten om na te gaan hoe ruimhartiger kan worden omgegaan met het toestaan/vergunnen van nieuwe of nevenactiviteiten van bestaande/ stoppende agrariërs. Een groot aandachtspunt hierbij is dat deze (nieuwe) activiteiten net zo goed niet tot verslechtering van de leefbaarheid van het platteland en onze leefomgeving mogen leiden en dat deze activiteiten juridisch houdbaar moeten zijn.

7. Milieu

De leefomgeving of het milieu wordt vooral bezien vanuit de opgave van de energietransitie terwijl leefbaarheid en een gezonde, veilige leefomgeving onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

“In de complexe puzzel rond energie vervult de Provincie meerdere belangrijke rollen. Van aanjager van verduurzaming en besparing tot vergunningverlener en toezichthouder op basis van wettelijke taken. Daarin is de leefbaarheid van de regio een belangrijk vertrekpunt. Een schoon leefmilieu, effecten op gezondheid en gebruik van schaarse ruimte maken daar deel van uit. Maar het draait evengoed om leveringszekerheid en om betaalbaarheid.”

Wat onderbelicht blijft zijn andere vormen van verontreiniging naar lucht, water en bodem dan die rond energieproductie. Bovendien is het nog maar de vraag hoe de afweging van betaalbaarheid gaat opwegen tegen gezondheid van omwonenden. Het akkoord zegt te willen komen tot een aantoonbaar gezonder leefmilieu in de Limburgse wijken, buurten en kernen, maar onze huidige milieuwetgeving beschermt nauwelijks tegen milieuvervuiling, want is erop gericht om de extra vervuiling niet teveel te laten toenemen (vanuit het idee om maar zoveel mogelijk economische activiteiten mogelijk te kunnen maken) in plaats van een verbetering van de lucht, water en bodemkwaliteit te bereiken.

Positief is dat de coalitie expliciet aangeeft de aanbevelingen van de Zuidelijke Rekenkamer te zullen opvolgen. In december 2022 bracht deze een vernietigend rapport uit over de Limburgse (VTH) taken. Letterlijk wordt gesteld dat de uitvoering van VTH kwetsbaarheden toont die zijn gerelateerd aan de politiek/bestuurlijke keuze van de provincie voor een “minimalistische benadering”. En nog worden extra investeringen in capaciteit om daadwerkelijk de minimale wettelijke controles te kunnen uitvoeren op de lange baan geschoven (?!). Onbegrijpelijk.

Wat ontbreekt – en dat gaat verder dan alleen dit coalitieakkoord – is een visie op hoe een gezond leefmilieu samenhangt (of soms onverenigbaar is met) altijd maar meer economische groei. En vervolgens het lef om de juiste keuze te maken.

 

Meer info? Neem contact op met Andrea

Profiel Andrea Bakker

Andrea Bakker

Plaatsvervangend directeur / Adviseur Landbouw & Milieu

Bereikbaar: Ma t/m do